Doelen

  • Je kunt een reactievergelijking opstellen
  • Je kunt een reactievergelijking kloppend maken
  • Je weet wat een index is
  • Je weet wat een coëfficiënt is
  • Je kunt berekenen hoeveel elementen in een molecuul zitten

Reactievergelijkingen



Je hebt geleerd dat je chemische reacties kunt omschrijven in een schema. Hierbij geef je aan welke stoffen er voor en na de reactie aanwezig zijn. Ook geef je aan in welke fase de stoffen zijn. Met een reactievergelijking ga je op een zelfde manier een reactie omschrijven maar dan met chemische formules.

In dit voorbeeld zie je de verbranding van koolstof in formule taal weergegeven:

C (s) + O2 (g) -> CO2 (g)

Links van de pijl zie je welke stoffen voor de reactie aanwezig zijn. Zuurstof (O) heeft als index 2 omdat zuurstofmoleculen uit 2 atomen bestaan. Alle moleculen uit de reeks H, Br, I, N, Cl, O en F komen met 2 voor.

Coëfficiënt

In dit voorbeeld zie je de verbranding van ethaan:

2 C2H6 (g) + 7 O2 (g) -> 4 CO2 (g) + 6 H2O (l)

Het bijzondere aan deze reactievergelijking is dat er voor ieder molecuul een getal staat. Dit getal noemen we de coëfficiënt. Met een getal voor een molecuul geef je aan dat er meer dan 1 molecuul mee doet in de reactie.

Kloppend maken

Een reactie moet kloppend zijn. Dit betekent dat er voor en na de reactie precies evenveel atomen aanwezig zijn. Dit kun je bereiken door voor de moleculen een coëfficiënt te zetten.

In dit voorbeeld zie je de verbranding van waterstof:

H2 (g) + O2 (g) -> H2O (l)

De reactie klopt niet. Er zijn voor de reactie 2 H (waterstof) en 2 O (zuurstof) atomen aanwezig. Na de reactie zijn er 2 H atomen en 1 O atoom aanwezig. Er is dus 1 O verdwenen. Dit is onmogelijk. Daarom moeten we coëfficiënten toevoegen. Eerst doen we dat bij water:

H2 (g) + O2 (g) -> 2 H2O (l)

Bij een nieuwe telling blijkt dat we nu voor de reactie nog steeds 2 H en 2 O atomen hebben. Na de reactie hebben we 4 H en 2 O atomen. Daarom moeten we voor de reactie nog een coëfficiënt voor de H2 zetten.

2 H2 (g) + O2 (g) -> 2 H2O (l)

De reactie is nu kloppend. Voor: 4 H en 2 O en Na: 4 H en 2 O.

31

Opdracht 1 met modellen.

Bouw een ammoniak molecuul. (NH3)

Ontleedt het molecuul en probeer van de losse atomen N2 en H2 moleculen te bouwen.

Als je niet genoeg atomen hebt of losse atomen over hebt begin je opnieuw met meerdere ammoniak moleculen.

Laat aan de docent zien hoeveel ammoniak moleculen je nodig hebt om na ontleding alleen N2 en H2 over te houden.

Maak een stop-motion video van de ontleding.

32

Opdracht 2 met modellen.

Bouw een methaan molecuul. (CH4)

Bouw een aantal zuurstof moleculen (O2)

Laat het methaan met het zuurstof reageren tot CO2 en H2O.

Hoeveel zuurstofmoleculen heb je nodig?

Maak ook van deze reactie een stop-motion video.

33

Extra opdracht 3 met modellen.

Maak nu een stop-motion video van de verbranding van C2H6.

34

Bereken hoeveel atomen van elke soort er aanwezig zijn:
7 H2O (l)
4 CO2 (g)
5 NH3 (g)
3 C2H6O (g)
9 C6H12O6 (l)
2 SO2 (g)
4 S8 (s)

35

Maak onderstaande reactievergelijkingen kloppend:

H2O (l) + F2 (g) -> HF (g) + O2 (g)

CO2 (g) + Mg (s) -> C (s) + MgO (s)

Fe2O3 (s) + CO (g) -> Fe (s) + CO2 (g)

HNO3 (l) -> O2 (g) + NO2 (g) + H2O (l)

NH3 (g) + O2 (g) -> NO (g) + H2O (g)

FeS (s) + O2 (g) -> SO2 (g) + Fe2O3 (s)

36

Maak bij onderstaande reactieschema's een kloppende reactievergelijking:

Koolstof + zuurstof -> koolstofmono-oxide

Methaan -> koolstof + waterstof

Stikstof + waterstof -> ammoniak

Glucose -> ethanol + koolstofdioxide

IJzer + zuurstof -> ijzeroxide

37

Koperoxide (CuO) reageert met koolstof naar koolstofdioxide en koper. Geef het reactieschema en de reactievergelijking.

38

Zwavel en aluminium reageren tot aluminiumsulfide (Al2S3). Geef het reactieschema en de reactievergelijking.

39

Hexaan verbrandt volledig. Geef het reactieschema en de reactievergelijking.

40

Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van C5H10.

41

Salpeterzuur (HNO3) en ammoniak (NH3) reageren tot kunstmest (NH4NO3). Geef de reactievergelijking.

Molecuulformules

Je leert hoe een molecuulformule op de juiste manier geschreven wordt.

Oxideren

Je leert welke stoffen ontstaan bij een reactie met zuurstof.

Reactievergelijkingen

Je leert hoe je een reactievergelijking opstelt.

Oefentoets

Maak de oefentoets en kijk deze zelf na.

Periodiek Systeem